
Volgens meerdere aanwijzingen heeft er in de buurtschap Look aan de zuidzijde van de Markeloseweg te Holten een molen gestaan. De buurtschap of het gebied van de Markeloseweg in Holten stond destijds ook bekend als de Zuider Look. Van de molen aan de zuidzijde van de Markeloseweg is zeer weinig bekend, eveneens ontbreekt er een naam. De molen heeft niet lang bestaan en was reeds verdwenen voordat fotografie populair werd. Als we de molen in Dijkerhoek buiten beschouwing laten, kunnen we hierbij ook spreken van de onbekende vierde Holtense molen. Bij molendatabase.nl staat de molen bekend onder: ten-bruggencate-nr-01018-a Volgens oorspronkelijke berichtgeving zou de molen gebouwd zijn in de periode 1832 t/m 1850 en vervolgens rond 1900 verdwenen.
Het perceel waar de molen stond, Holten sectie C 9 was in 1832 eigendom van Jan Albert Wansink (1781-1847). Op onderstaande kadasterale afbeelding uit 1832 is de molen op perceel C9 nog niet afgehbeeld. Naast perceel C9 bezat Jan Albert Wansink in 1832 onder andere ook de naast liggende percelen C11, C12 met huis 268 (erve Mullekes), C13 en het tegenoverliggende perceel B489. De korenmolen aan de Rijssenseweg, die in 1798 gebouwd is was rond 1830 ook eigendom van Jan Albert Wansink, die deze molen volgens een akte van 3 april 1807 samen met het erve Eppink gekocht heeft van zijn oom Garrijt Jan Wansink. Deze korenmolen stond destijds op het perceel dat momenteel genummerd is als Rijssenseweg 26 Holten. Zelf woonde Jan Albert Wansink destijds op erve Eppink, genummerd als huis 284 dat tegenover de korenmolen gelegen was en momenteel bekend is als Rijssenseweg 3. Het perceel Holten C9 is momenteel bekend als Markeloseweg 9. Het perceel Holten C12 is momenteel bekend als Markeloseweg 11. Het perceel Holten B489 is momenteel bekend als Markeloseweg 4.
In Tijdtoporeis wordt de molen voor het eerst weergegeven op de topografische kaart van 1836
Als laatste wordt de molen weergegeven op de topografische kaart van 1901
Met bovenstaande gegevens start ik het onderzoek om meer te weten te komen over deze molen.
Figuur 1: Kadaster kaart uit 1832. Op perceel C9 is nog geen molen weergegeven.
Volgens deze notariële hypotheekakte uit 1833 van Jan Albert Wansink en Margrietha ten Wolthuis de bevestiging van het bestaan van de molen:
Datering: 15-06-1833
Bronbeschrijving: Een nieuwe rondom opgemetselde oliemolen zuidwaarts aan de steenweg.
Eigenaar: Jan Albert Wansink
Collectie Overijssel: Toegang 0864, Inv.nr. 204 akte: 153
Figuur 2: Akte 153 uit 1833Hieronder de volledige tekst van punt 7 en punt 8 uit het overzicht van onroerende goederen in de akte:
De wind korenmolen uit punt 7 is de korenmolen in de Look richting Rijssen die in 1797 gebouwd is.
De nieuwe oliemolen uit punt 8 is de oliemolen aan de straatweg naar Markelo in de Look. De oliemolen ligt inderdaad zuidwaarts van de bestaande korenmolen. Zie figuur 3. Destijds was er in Holten één steenweg, n.l. de straatweg vanaf Deventer via Holten en Markelo richting Hengelo, Duitsland.
Figuur 3: Geografisch weergave van de korenmolen en de oliemolen
Volgens deze notariële hypotheekakte uit 1837 van Jan Albert Wansink en Margrietha ten Wolthuis wordt er onder punt 7 weer de koornmolen benoemd en onder punt 8 weer de gemetselde olijmolen met dubbel werk staande aan de steenweg zuidwaarts in de Look onder Holten. De oliemolen wordt niet meer als nieuw omschreven.
Collectie Overijssel: akte 28
Figuur 4: hypotheek akte 28 uit 1837
Figuur 5: De olijmolen is in 1837 verzekerd voor ƒ8500De oliemolen locatie aan de Markeloseweg is geografisch correct ten zuiden van de korenmolen. De oliemolen wordt in de akte van 1833 omschreven als nieuwe molen, we kunnen stellen dat de molen in de periode 1830-1833 is gebouwd. De oliemolen wordt omschreven als rondom gemetseld met dubbel werk. Een oliemolen met een dubbel werk is een oliemolen die is uitgerust met een extra persmechanisme, de zogenaamde naslagbank, bovenop het reguliere voorpersmechanisme. Dit maakte een efficiënter productieproces mogelijk, waarbij de olie in twee fasen werd gewonnen:
In 1838 overlijdt Jenneken Maneschijn, de vrouw van Gerrit Hendrik Wansink, de latere eigenaar van de molen. Jenneken Maneschijn was enigst kind van Bakker Maneschijn die een bakkerij / winkel dreef aan de Oranjestraat, waar nu de voormalige bakkerij / cafetaria / automatiek van H. Hardsuiker gevestigd is. Momenteel Oranjestraat 5.
In 1847 overlijdt Jan Albert Wansink, de stichter van de molen en in 1953 overlijdt zijn vrouw Margrietha ten Wolthuis.
In 1850 bouwt olijslager en molenaar Jan Wansink (1821-1897), zoon van Jan Albert Wansink tegenover de molen, aan de noordzijde van de straatweg naar Markelo een molenaarswoning van het boerderij type.
Figuur 6: Kadaster legger van Olijslager en molenaar Jan Wansink
Afbeelding 6 en 7 betreft de kadastrale situatietekening uit 1853 van het perceel C9, met daarin in het midden de molen getekend. Op de afbeelding tevens de vermelding dat hiermede het perceel C9 is opgedeeld in een nieuw perceel C1259, zijnde de molen en perceel C1260, zijnde de rest van het voormalige omliggende perceel C9. Op de bijbehorende legger is op regel 8 de benaming voor perceel 9 "Bouwland" waarbij de opmerking is toegevoegd "Stichting 1853" met verwijzing naar regel 10 en 11 uit dezelfde legger waarin de benaming voor het nieuwe perceel C1259 nu "Wind Olie Pelmolen" is. Dit is eerste/ oudste kadaster vermelding.
Op voorgaande kadaster leggers van Jan Albert Wansink en Margrietha ten Wolthuis is de benaming voor perceel C9 telkens "Bouwland" Zie afbeelding 8
Volgens de beschikbare kadaster gegevens zou de molen dus in 1853 gesticht zijn maar volgens de notariële hypotheekaktes van Jan Albert Wansink uit 1833 is de molen in de periode 1830 - 1832 gesticht. In 1837 is deze hypotheekakte herzien en wordt de oliemolen weer benoemd.
Een simpele oorzaak hiervoor zou kunnen zijn dat de bouw van de molen in 1832 niet bij het kadaster is gemeld. Vanwege het testament van Margrietha ten Wolthuis én doordat de molen in 1854 openbaar verkocht zou gaan worden is waarschijnlijk e.e.a. toch nog kadastraal geregeld. Volgens afbeelding 9 wordt de molen geveild op 11 april 1854. De molen zou dan slechts maar 1 jaar oud zijn geweest, dat is onwaarschijnlijk. Een andere oorzaak zou kunnen zijn dat door wijziging van belastingregels de molen rond 1853 wel belastingplichtig was en daardoor pas in 1853 kadastraal hiervoor geregistreerd is, echter de korenmolen aan de Rijssenseweg was in 1832 al wel reeds kadastraal geregistreerd en gescheiden van het omliggende perceel.
Op de Topografische en Militaire kaart van 1850 staat de molen al wel ingetekend als windmolen.
Figuur 6 Kadaster situatietekening 1853
Figuur 7 De molen op de klad tekening ingetekend als rechthoek van 5 x 7,6 meter, met een rondje erin
Figuur 8 Legger met op regel 8 de stichting op perceel C9 en vervolgens de molen vermelding op regel 10
Na het overlijden van Jan Albert Wansink in 1847 erft zoon Gerrit Hendrik Wansink in 1850 het erve Mulleken, gelegen ten oosten naast de molen op perceel C12, destijds genummerd huis 268 en later Look 17. Volgens de bewonerskaart van de gemeente Holten is Gerrit Hendrik Wansink hier op enig moment woonachtig geweest samen met zijn dochter Egberdina Johanna en zoon Jan Albert die als broodbakker ingeschreven stond. Van broodbakker Jan Albert (1829-1868) is bekend dat hij in 1860 vanuit Look 17 vertrokken is naar Voorst en in 1868 in Wehl is overleden. Op dezelfde bewonerskaart staat ook de familie Mulkes als bewoners vermeld, waarvan zoon Gerrit ingeschreven stond als Olijslager. We kunnen stellen dat hij werkzaam was in de oliemolen. Na het overlijden van Margrietha Wansink- ten Wolthuis in 1853, wordt in 1854 de buiten Holten, aan de straatweg naar Goor/ Twenthe gelegen wind- olie- pelmolen met bakkerij middels een veiling te koop aangeboden. De molen, zonder de zijlen wordt gekocht door zoon Gerrit Hendrik Wansink, die ook bakker, winkelier en reeds molenaar op de korenmolen is. Volgens de notariële akte van de veiling is de bakkerij uit de advertentie gelegen op het perceel B277. Dat is in de buurt van de korenmolen aan de Rijssenseweg.
Gerrit Hendrik Wansink was getrouwd met Jenneken Maneschijn, dochter van bakker Maneschijn die een bakkerij had op het perceel waar nu Hardsuiker woont aan de Oranjestraat 5 Holten.
Figuur 9 Openbare veiling van de wind- olie- pelmolen en een bakkerij aan de straatweg naar GoorNotariële hypotheekakte van Gerrit Hendrik Wansink met vermelding van de oliemolen in 1854:
ID 864 (Notarissen te Deventer) M.E. Houck, akte 4918, Inv. nr. 480. [05-01-1855]
Datering: 05-01-1855
Bronbeschrijving: I.v.m. een hypotheek groot f 2200.-
Werd eigenaar van de oliemolen in 1854 als opvolger van zijn ouders Jan Albert Wansink x Margrietha ten Wolthuis.
5768 Oliemolen (aan de Straatweg naar Markelo, Holten)
Naam: Gerrit Hendrik Wansink
Beroep: molenaar
Figuur 10 uitsnede van de notariële akte van GH Wansink in 1854
Punt 10. Een oliemolen met enig land in de gemeente Holten aan den Straatweg naar Markelo in de kadastrale sectie C nummer 1259 groot eene roede en ongeveer zesentwintig roeden zeventig ellen van 1260 met alle daarbij behorende vaste en losse gereedschappen en toebehoor, door hem in de publiekelijke veiling aangekocht uit den ouderlijken boedel, volgens akte.

De molen van GH Wansink te Holten, perceel 1259 is voor brandschade geassureerd bij RJR van Sonsbeeck te Zwolle voor ƒ6000 onder N9301
In 1871 is Gerrit Hendrik Wansink (molenaar bakker) op 65 jarige leeftijd te Look 48 overleden.
Volgens onderstaande notariële hypotheekakte van 21-11-1876 is de oliemolen in 1871 overgenomen door Jan Albert Mann, de neef van Gerrit Hendrik Wansink.
5770 Oliepelmolen (, Holten)
ID 864 (Notarissen te Deventer) G.C.F. Coninck Westenberg, akte 544.
Datering: 21-11-1876
Bronbeschrijving: I.v.m. een hypotheek groot f 3000.-
Hij was als neef opvolger van Gerrit Hendrik Wansink, molenaar.
Eigenaar: Jan Albert Mann
Beroep: molenaar
Collectie Overijssel
Jan Albert Mann was de zoon van heelmeester AFP Mann en Gerritdina Johanna Wansink, dochter van Jan Albert Wansink en Margrietha ten Wolthuis.
Tevens heeft Jan Albert Mann (1849-1935) het naast de molen gelegen erve Mulleken, bekend als perceel C12 en later C1293 met omliggende gronden gekocht van wijlen zijn oom Gerrit Hendrik Wansink. Dit is de woning waar Gerrit Hendrik Wansink gewoond heeft, momenteel genummerd Markeloseweg 11 te Holten.
Figuur 12 Overzichtskaart van het waterschap van 1882 - 1884Overzichtskaart van het waterschap welke in 1882 is gelopen en in 1884 is gemaakt.
Hierop worden rondom Holten, binnen de rode cirkels 4 molens weergegeven.
Op de kaart is de molen op de molenbelt zwart omcirkeld. De molen van Bouwhuis, die in 1868 is gebouwd, is kennelijk achteraf toegevoegd op een oudere moederkaart. De zwart omcirkelde molen van H Meijers op de Molenbelt was waarschijnlijk omcirkeld omdat deze standerdmolen moest wijken voor de aanleg van de spoorlijn Deventer - Almelo, die in 1888 geopend is. In 1886 is door Wansink, iets noordelijker op de molenbelt een nieuwe molen gebouwd. Rechts onder de wind- olie- pelmolen aan de Markeloseweg.
We kunnen stellen dat er, uitgezonderd de molen in Dijkerhoek tussen 1868 en 1883 vier molens in en rondom het dorp Holten stonden die allemaal verdwenen zijn.

De brand in 1883 betekende het einde van de oliemolen aan de Markeloseweg. Volgens regel 2 van de Kadaster legger van Jan Albert Mann is de 'wind olie en pelmolen' in 1885 gesloopt en is de benaming voor het perceel gewijzigd in 'Bouwland'.

Wat rest is de molenaarswoning die in 1850 is gebouwd in opdracht van olieslager/ molenaar Jan Wansink op perceel Holten B489 (zie figuur 14). Dit perceel heeft Jan Wansink geërfd van zijn in 1847 overleden vader Jan Albert Wansink. Hier woonde Jan, kinderloos samen met zijn vrouw Engelina Johanna Meijers, dochter van Hendrikus Meijers en Jenneken Vincent die eigenaren/ molenaar was van de standerd korenmolen op de molenbelt aan de westkant van het dorp Holten. Deze nog bestaande molenaarswoning, momenteel genummerd Markeloseweg 4 staat tegenover het perceel waarop de wind- olie- pelmolen gestaan heeft. De molen aan de Markeloseweg is volgens de kadaster gegevens nooit eigendom geweest van Jan Wansink maar wel van zijn vader, moeder, broer en als laatste van zijn neefje Jan Albert Mann. Mogelijk was Jan Wansink als olieslager/ molenaar de pachter van de molen van zijn vader / moeder / broer. Jan Albert Mann, de neef en latere eigenaar van de oliemolen woonde vanaf 1870, samen met zijn vrouw en kind(eren) een aantal jaren bij Jan Wansink in. In diezelfde periode heeft Jan Wansink zich teruggetrokken uit de molen. Op de kadaster legger van Jan Wansink zien we dat Jan op enig moment wel eigenaar was van perceel Sectie C 1278. Dit is het achterste gedeelte van het oorspronkelijke perceel C9 waarop de molen stond.
Bij deze molenaarswoning ligt sinds jaar en dag een halve molensteen die dienst doet als stoep / opstapje bij de buitendeur, zeer waarschijnlijk is deze halve molenstaan het enige overgeblevene van de molen.

De rondom geheel gemetselde wind- olie- pelmolen met dubbel werk is in de jaren 1832-1833 gesticht door Jan Albert Wansink (1781-1847). Op de situatietekening van het kadaster uit 1854 is de molen als een rechthoek met een rondje erin, ingetekend. Dat kan duiden op een ronde molen met een rechthoekig gebouw er onder. Jan Albert Wansink was ook eigenaar van de korenmolen aan de weg naar Rijssen. Alsmede ook het naast de oliemolen gelegen erve Mullekens. Van de oliemolen zelf is niet meer bekend dan bovenstaande gegevens. De molen is na het overlijden van Jan Albert Wansink in 1847 en na het overlijden van zijn vrouw Margrietha ten Wolthuis in 1854 via een publieke veiling gekocht door hun zoon Gerrit Hendrik Wansink (1805-1871). Na het overlijden van Gerrit Hendrik is de oliemolen in 1871 gekocht door Jan Albert Mann (1849-1935), de zoon van de dochter van Jan Albert Wansink. We kunnen stellen dat Jan Albert Mann reeds voor de overname werkzaam was in de molen. Alsmede ook buurman Gerrit Mulkes, die op erve Mullekes, oostwaarts van de molen woonde. Het is nagenoeg zeker dat Jan Wansink (1810-1897), de één na jongste zoon van Jan Albert Wansink de molenaar was die de molen pachtte van zijn vader, moeder en broer. Jan stond bekend als olijslager/molenaar. Nadat de molen in 1883 geheel was uitgebrand en de restanten in 1885 waren gesloopt, verkocht Jan Albert Mann het perceel in 1911 als bouwland, waarna varkenshandelaar Willem Schippers er in 1917 een boerderij bouwde die in 2005 is vervangen door de huidige woning Markeloseweg 9.


