Datum: december 2025 Betreft: Geschiedenis van de molen aan de Markeloseweg in de Look te Holten. Auteur: Eg Huzen, Markeloseweg 4 Holten Inleiding: Volgens meerdere aanwijzingen heeft er in de buurtschap Look aan de zuidzijde van de Markeloseweg te Holten een molen gestaan. Van deze molen aan de Markeloseweg is zeer weinig bekend. De molen heeft niet lang bestaan en was reeds verdwenen voordat fotografie populair werd. Bij molendatabase.nl en allemolens.nl staat de molen bekend onder: https://www.molendatabase.nl/molens/ten-bruggencate-nr-01018-a De molen zou gebouwd zijn tussen 1832 en 1850 en vervolgens rond 1900 verdwenen. Het perceel waar de molen stond, Holten sectie C 9, was in 1832 eigendom van Jan Albert Wansink (1781-1847). Alsmede ook onder andere de naast liggende percelen C11, C12 met huis, C13 en het tegenoverliggende perceel B489. De korenmolen aan de Rijssenseweg, die in 1798 gebouwd is was ook eigendom van Jan Albert Wansink. Deze korenmolen stond destijds op het perceel dat momenteel genummerd is als Rijssenseweg 24, 7451RD Holten. Zelf woonde Jan Albert Wansink destijds in huis 284, bekend als erve Eppink dat tegenover de korenmolen gelegen was en momenteel bekend is als Rijssenseweg 3. Het perceel Holten C9 is momenteel bekend als Markeloseweg 9, 7451RR Holten. Het perceel Holten C12 is momenteel bekend als Markeloseweg 11, 7451RR Holten. Het perceel Holten B489 is momenteel bekend als Markeloseweg 4, 7451RB Holten. In Tijdtoporeis wordt de molen aan de Markeloseweg voor het eerst weergegeven op de topografische kaart van 1836 https://www.topotijdreis.nl/kaart/1836/@226459,476963,10.94 Als laatste wordt de molen weergegeven op de topografische kaart van 1901 https://www.topotijdreis.nl/kaart/1901/@226459,476963,10.94 Figuur 1 Kadaster kaart 1832 - geen bebouwing op het perceel genummerd C9 - Detail
Notariële feiten: 1. Volgens deze notariële hypotheekacte uit 1833 van Jan Albert Wansink en Margrietha ten Wolthuis de bevestiging van het bestaan van de oliemolen: Datering: 15-06-1833 Bronbeschrijving: Een nieuwe rondom opgemetselde oliemolen zuidwaarts aan de straatweg. Eigenaar: Jan Albert Wansink Zie ook: Toegang 0864, Inv.nr. 204 Acte: 153 https://collectieoverijssel.nl/collectie/?mivast=20&mizig=210&miadt=45&miview=inv2& milang=nl&micode=0864&minr=23273051 Figuur 2 Akte 153 uit 1833 Hieronder de volledige tekst van punt 7 en punt 8 uit de acte: 7 - Een wind koornmolen staande en gelegen te Holten in de buurtschap Look. 8 - Een nieuwe rondom opgemetselde oliemolen met dubbeld werk staande en gelegen zuidwaarts aan de steenweg in de buurtschap Look. De wind korenmolen uit punt 7 is de korenmolen in de Look richting Rijssen. De nieuwe oliemolen uit punt 8 is de oliemolen aan de straatweg naar Markelo in de Look. De oliemolen ligt inderdaad zuidwaarts van de bestaande korenmolen. Destijds was er in Holten één straatweg, n.l. de straatweg vanaf Deventer via Holten en Markelo richting Hengelo. 2. Volgens deze notariële hypotheekacte uit 1837 van Jan Albert Wansink en Margrietha ten Wolthuis wordt er onder punt 7 weer de koornmolen benoemd en onder punt 8 weer de gemetselde olijmolen met dubbel werk staande aan de steenweg zuidwaarts in de Look onder Holten. https://collectieoverijssel.nl/collectie/?mivast=20&mizig=210&miadt=45&miview=inv2& milang=nl&micode=0864&minr=23273061 Figuur 3 akte 28 uit 1837
De olijmolen is in 1837 verzekerd voor ƒ8500 De oliemolen locatie aan de Markeloseweg is geografisch correct ten zuiden van de korenmolen. De oliemolen wordt in de akte van 1833 omschreven als nieuwe molen, we kunnen stellen dat de molen in de periode 1830-1833 is gebouwd. Zie figuur 5 De oliemolen wordt omschreven als rondom gemetseld met dubbel werk. Een oliemolen met een dubbel werk is een oliemolen die is uitgerust met een extra persmechanisme, de zogenaamde naslagbank, bovenop het reguliere voorpersmechanisme. Dit maakte een efficiënter productieproces mogelijk, waarbij de olie in twee fasen werd gewonnen: Voorslag: De eerste, minder intensieve persing van de gemalen zaden (zoals lijnzaad, raapzaad of koolzaad). Naslag: De tweede, intensievere persing van de overgebleven samengeperste 'koeken' om de laatste resten olie eruit te halen. Het resultaat was een hogere totale olieopbrengst uit dezelfde hoeveelheid grondstoffen. Oliemolens in de Zaanstreek werden in de 18e eeuw vaak omgebouwd om dit dubbele werk te kunnen herbergen en zo efficiënter te produceren. Op het perceel B497 aan de Landuwerweg in Holten was in de periode voor 1832 reeds een paard aangedreven oliemolen (Rosmolen) van Landuwer en later Egbert Engberts gevestigd. Deze oliemolen is in 1844 bij erfenis eigendom geworden van dochter Johanna Engberts, vrouw van Hendrik Jan Harwig, wonende te Den Ham. Deze rosmolen stond schuin tegenover de voormalige boerderij van de familie Veneklaas (Harwiek), richting zuid-zuid-west. In 1838 overlijdt Jenneken Maneschijn, de vrouw van Gerrit Hendrik Wansink, de latere eigenaar van de molen. Jenneken Maneschijn was enigst kind van Bakker Maneschijn die een bakkerij / winkel dreef aan de Oranjestraat, waar nu Hardsuiker gevestigd is. Momenteel Oranjestraat 5. In 1847 overlijdt Jan Albert Wansink en in 1953 overlijdt zijn vrouw Margrietha ten Wolthuis. In 1850 bouwt olijslager en molenaar Jan Wansink (1821-1897), zoon van Jan Albert Wansink tegenover de molen, aan de noordzijde van de straatweg naar Markelo een molenaarswoning van het boerderij type. Figuur 4 Olijslager en molenaar Jan Wansink bouwt in 1850 een woning tegenover de molen.
Figuur 5 Geografisch weergave van de korenmolen en de oliemolen – voorbeeld foto van een stenen molen Kadaster gegevens: Afbeelding 6 en 7 betreft de kadastrale situatietekening uit 1853 van het perceel C9, met daarin in het midden de molen getekend. Op de afbeelding tevens de vermelding dat hiermede het perceel C9 is opgedeeld in een nieuw perceel C1259, zijnde de molen en perceel C1260, zijnde de rest van het voormalige omliggende perceel C9. Op de bijbehorende legger is op regel 8 de benaming voor perceel 9 “Bouwland” waarbij de opmerking is toegevoegd “Stichting 1853” met verwijzing naar regel 10 en 11 uit dezelfde legger waarin de benaming voor het nieuwe perceel C1259 nu “Wind Olie Pelmolen” is. Dit is eerste/ oudste kadaster vermelding. Op voorgaande kadaster leggers van Jan Albert Wansink en Margrietha ten Wolthuis is de benaming voor perceel C9 telkens “Bouwland” Zie afbeelding 8 Volgens de beschikbare kadaster gegevens zou de molen dus in 1853 gesticht zijn maar volgens de notariële hypotheekaktes van Jan Albert Wansink uit 1833 is de molen in de periode 1830 - 1832 gesticht. In 1837 is deze hypotheekakte herzien en wordt de oliemolen weer benoemd. Een simpele oorzaak hiervoor zou kunnen zijn dat de bouw van de molen in 1832 niet bij het kadaster is gemeld. Vanwege het testament van Margrietha ten Wolthuis én doordat de molen in 1854 openbaar verkocht zou gaan worden is waarschijnlijk e.e.a. toch nog kadastraal geregeld. Volgens afbeelding 9 wordt de molen geveild op 11 april 1854. De molen zou dan slechts maar 1 jaar oud zijn geweest, dat is onwaarschijnlijk. Een andere oorzaak zou kunnen zijn dat door wijziging van belastingregels de molen rond 1853 wel belastingplichtig was en daardoor pas in 1853 kadastraal hiervoor geregistreerd is, echter de korenmolen aan de Rijssenseweg was in 1832 al wel reeds kadastraal geregistreerd en gescheiden van het omliggende perceel. In de periode voor 1850 moest men in Holten, voor het in bedrijf hebben van een molen patentrechten betalen. Zie afbeelding 16 . In die periode was het gebruikelijk dat een molen door de molenaar gepacht werd.
Figuur 6 Kadaster situatietekening 1853 ​Detail Figuur 7 De molen op de klad tekening ingetekend als rechthoek van 5 x 7,6 meter, met een rondje erin
Figuur 8 Legger met op regel 8 de stichting op perceel C9 en vervolgens de molen vermelding op regel 10 Verkoop 1: Na het overlijden van Jan Albert Wansink in 1847 erft zoon Gerrit Hendrik Wansink in 1850 het erve Mulleken, gelegen ten oosten naast de molen op perceel C12, destijds genummerd huis 268 en later Look 17. Volgens de bewonerskaart van de gemeente Holten is Gerrit Hendrik Wansink hier op enig moment woonachtig geweest samen met zijn dochter Egberdina Johanna en zoon Jan Albert die als broodbakker ingeschreven stond. Van broodbakker Jan Albert (1829- 1868) is bekend dat hij in 1860 vanuit Look 17 vertrokken is naar Voorst en in 1868 in Wehl is overleden. Op dezelfde bewonerskaart staat ook de familie Mulkes als bewoners vermeld, waarvan zoon Gerrit ingeschreven stond als Olijslager. We kunnen stellen dat hij werkzaam was in de oliemolen. Na het overlijden van Margrietha Wansink- ten Wolthuis in 1853 , wordt in 1854 de buiten Holten, aan de straatweg naar Goor/ Twenthe gelegen wind- olie- pelmolen met bakkerij middels een veiling te koop aangeboden. De molen, zonder de zijlen wordt gekocht door zoon Gerrit Hendrik Wansink, die ook bakker, winkelier en reeds molenaar op de korenmolen is. Volgens de notariële akte van de veiling is de bakkerij uit de advertentie gelegen op het perceel B277. Dat is in de buurt van de korenmolen aan de Rijssenseweg.
Gerrit Hendrik Wansink was getrouwd met de dochter van bakker Maneschijn die een bakkerij had op het perceel waar nu Hardsuiker woont aan de Oranjestraat 5, 7451CA Holten. Ten gevolge van artikel 10 van de wet op het gemaal uit 1833 is in 1844 een notariële akte opgesteld voor de ‘borgtogt der molenaars’, zijnde een bedrag van ƒ400 ten laste van Gerrit Hendrik Wansink voor het malen van granen in de korenmolen van zijn vader Jan Albert Wansink. Zie figuur 16 voor info over de patentrechten in Holten Gerrit Hendrik was dus in 1844 reeds korenmolenaar op de korenmolen aan de Rijssenseweg. Figuur 9 Openbare veiling van de wind- olie- pelmolen en een bakkerij aan de straatweg naar Goor. Notariële hypotheekacte van Gerrit Hendrik Wansink met vermelding van de oliemolen in 1854: ID 864 (Notarissen te Deventer) M.E. Houck, akte 4918, Inv. nr. 480. [05-01-1855] Datering: 05-01-1855 Bronbeschrijving: I.v.m. een hypotheek groot f 2200.- Werd eigenaar van de oliemolen in 1854 als opvolger van zijn ouders Jan Albert Wansink x Margrietha ten Wolthuis. 5768 Oliemolen (aan de Straatweg naar Markelo, Holten) Naam: Gerrit Hendrik Wansink Rol: Eigenaar Beroep: molenaar https://collectieoverijssel.nl/collectie/archieven/?mizig=210&miadt=45&miaet=1&micode=4 000&minr=24224767&miview=inv2 Figuur 10 uitsnede van de notariële akte van GH Wansink in 1854 10. Een oliemolen en enig land in de gemeente Holten aan den Straatweg naar Markelo in de kadastrale sectie C nummer 1259 groot eene roede en ongeveer zesentwintig roeden zeventig ellen van 1260 met alle daarbij behorende vaste en losse gereedschappen en toebehoor, door hem in de publiekelijke veiling aangekocht uit den ouderlijken boedel, volgens akte.
De molen van GH Wansink te Holten perceel 1259 is voor brandschade geassureerd bij RJR van Sonsbeeck te Zwolle voor ƒ 6000 onder N9301 Figuur 11 Aantekening op de achterkant van dezelfde akte. Verkoop 2: In 1871 is Gerrit Hendrik Wansink (molenaar bakker) op 65 jarige leeftijd te Look 48 overleden. Volgens onderstaande notariële hypotheekacte van 21-11-1876 is de oliemolen in 1871 overgenomen door Jan Albert Mann, de neef van Gerrit Hendrik Wansink. 5770 Oliepelmolen (, Holten) ID 864 (Notarissen te Deventer) G.C.F. Coninck Westenberg, akte 544. [21-11-1876] Datering: 21-11-1876 Bronbeschrijving: I.v.m. een hypotheek groot f 3000.- Hij was als neef opvolger van Gerrit Hendrik Wansink, molenaar. Eigenaar: Jan Albert Mann Rol: Eigenaar Beroep: molenaar Organisatie: Collectie Overijssel locatie Deventer https://proxy.archieven.nl/20/B04DB96B3B7E4B17A27D9DB72860048C Jan Albert Mann was de zoon van heelmeester AFP Mann en Gerritdina Johanna Wansink, dochter van Jan Albert Wansink en Margrietha ten Wolthuis. Tevens heeft Jan Albert Mann (1849-1935) het naast de molen gelegen erve Mulleken, bekend als perceel C12 en later C1293 met omliggende gronden gekocht van wijlen zijn oom Gerrit Hendrik Wansink. Dit is de woning waar Gerrit Hendrik Wansink gewoond heeft, momenteel genummerd Markeloseweg 11 te Holten.
Figuur 12 Overzichtskaart van het waterschap van 1882 - 1884 Overzichtskaart van het waterschap welke in 1882 is gelopen en in 1884 is gemaakt. Hierop worden rondom Holten, binnen de rode cirkels 4 molens weergegeven. Op de kaart is de molen op de molenbelt zwart omcirkeld. De molen van Bouwhuis, die in 1868 is gebouwd, is kennelijk achteraf toegevoegd op een oudere moederkaart. De zwart omcirkelde molen van H Meijers op de Molenbelt was waarschijnlijk omcirkeld omdat deze molen moest wijken voor de aanleg van de spoorlijn Deventer – Almelo, die in 1888 geopend is. In 1886 is door Wansink, iets noordelijker op de molenbelt een nieuwe molen gebouwd. Rechts onder de wind- olie- pelmolen aan de Markeloseweg. We kunnen stellen dat er tussen 1868 en 1883 vier molens in en rondom het dorp Holten stonden die allemaal verdwenen zijn.
Brand en sloop: Figuur 13 - Op 08-12-1883 De oliepelmolen in de Look is geheel afgebrand. Krantenbericht uit de Deventer Courant van 08-12-1883 : Dinsdagnacht, te ongeveer 1 uur, werd brand ontdekt in den olie- pelmolen van J.A. Mann, in de buurtschap Look, onder Holten. De vlammen, aangewakkerd door den fellen wind, bewerkten dat de geheele molen des ochtends te 7 uur uitgebrand was en alleen de steenen romp is blijven staan. De molen was verzekerd voor ƒ6500 in de Brusselsche maatschappij van brandverzekering. De brand in 1883 betekende het einde van de oliemolen aan de Markeloseweg. Volgens de Kadaster legger van Jan Albert Mann is de ‘wind olie en pelmolen’ in 1885 gesloopt en is de benaming voor het perceel gewijzigd in ‘Bouwland’. Zie figuur 15. Molenaarswoning: Wat rest is de molenaarswoning die in 1850 is gebouwd in opdracht van olieslager/ molenaar Jan Wansink op perceel Holten B489 (zie figuur 14). Dit perceel heeft Jan Wansink geërfd van zijn overleden vader Jan Albert Wansink. Hier woonde Jan samen met zijn vrouw Engelina Johanna Meijers, dochter van Hendrikus Meijers die eigenaar/ molenaar was van de standard korenmolen op de belt aan de westkant van het dorp Holten. Deze nog bestaande molenaarswoning, momenteel genummerd Markeloseweg 4 staat tegenover het perceel waarop de wind- olie- pelmolen gestaan heeft. De molen aan de Markeloseweg is volgens de kadaster gegevens nooit eigendom geweest van Jan Wansink maar wel van zijn vader, moeder, broer en als laatste van zijn neefje Jan Albert Mann. Mogelijk was Jan Wansink als olieslager/ molenaar de pachter van de molen van zijn vader / moeder / broer. Jan Albert Mann, de neef en latere eigenaar van de oliemolen woonde vanaf 1870, samen met zijn vrouw en zoon een aantal jaren bij Jan Wansink in. In diezelfde periode heeft Jan Wansink zich teruggetrokken uit de molen. Op de kadaster legger van Jan Wansink zien we dat Jan op enig moment wel eigenaar was van perceel Sectie C 1278. Dit is het achterste gedeelte van het oorspronkelijke perceel C9 waarop de molen stond. Bij deze molenaarswoning ligt sinds jaar en dag een halve molensteen die dienst doet als stoep / opstapje bij de buitendeur, zeer waarschijnlijk is dit het enigste overgeblevene van de molen.
Figuur 14 Molenaarswoning van bouwjaar 1850 – momenteel Markeloseweg 4 Holten Samenvatting: De rondom geheel gemetselde wind- olie- pelmolen met dubbel werk is in de jaren 1832-1833 gesticht door Jan Albert Wansink (1781-1847). Op de situatietekening van het kadaster uit 1854 is de molen als een rechthoek met een rondje erin, ingetekend. Dat kan duiden op een ronde molen met daaronder een rechthoekig gebouw er omheen. Jan Albert Wansink was ook eigenaar van de korenmolen aan de weg naar Rijssen. Alsmede ook het naast de oliemolen gelegen erve Mullekens. Van de oliemolen zelf is niet meer bekend dan bovenstaande gegevens. De molen is na het overlijden van Jan Albert Wansink in 1847 en na het overlijden van zijn vrouw Margrietha ten Wolthuis in 1854 via een publieke veiling gekocht door hun zoon Gerrit Hendrik Wansink (1805-1871). Na het overlijden van Gerrit Hendrik is de oliemolen in 1871 gekocht door Jan Albert Mann (1849-1935), de zoon van de dochter van Jan Albert Wansink. We kunnen stellen dat Jan Albert Mann reeds voor de overname werkzaam was in de molen. Alsmede ook buurman Gerrit Mulkes, die op erve Mullekes, oostwaarts van de molen woonde. Het is nagenoeg zeker dat Jan Wansink (1810-1897), de één na jongste zoon van Jan Albert Wansink de molenaar was die de molen pachtte van zijn vader, moeder en broer. Jan stond bekend als olijslager/molenaar. Na de sloop van de molen in 1885 is het perceel waarop de molen stond, door Jan Albert Mann in 1911 verkocht als zijnde bouwland, waarna er in 1917 een woning is gebouwd die in 2005 is vervangen door de onderstaande huidige woning.
Figuur 15 Legger met op regel 2 de sloop vermelding in 1885 De molen, in het midden ingetekend in de huidige situatie anno 2025. Daarboven, aan de overkant van de weg de molenaarswoning Markeloseweg 4
Figuur 16 Figuur 17 Gevelsteen anno 11-06-1850 in de woning Markeloseweg 4 Op de gevelsteen in de voormuur van de molenaarswoning die momenteel genummerd is als Markeloseweg 4 is te lezen MCTW H 1850 . De initialen staan vermoedelijk voor M argrietha C T en W olt h uis. Waarschijnlijk heeft Olieslager/ molenaar Jan Wansink zijn moeder de eer gegund om de eerste steen te leggen. Bron: ​Oudheidkamer Holten, Archief Collectie Overijssel, Delpher